hoofdafbeelding

Honger

In een rij staan we klaar om ons bord te laten vullen. Als hongerige honden staan we met ons bord in de hand, alvast vooruitkijkend naar de inhoud van de pan. Dit keer boerenkool met spekjes. De kookploeg heeft weer enorm haar best gedaan.

Als toetje heeft de kookploeg een verassing. Cake met slagroom, jam, m&m’s en vruchtjes. Zo kan iedereen zijn eigen toetje maken. Het wordt een heerlijke chaos. Slagroom op de neus, jam tussen de vingers en m&m’s op de grond.
 
Met dampende koffie ga ik klaar zitten voor het praatje. Waarom is Jezus aan een kruis gestorven? Is het onderwerp van de avond. Goede vraag. Kon dat niet anders? Wat is eigenlijk de meerwaarde van dat kruis? Jouke, die het praatje houdt, heeft het over zonde.
 
Zonde = je doel missen staat er geprojecteerd op de muur. “Jezus moest aan het kruis zodat wij ons doel zouden bereiken. Ons doel is leven in een intieme relatie met God onze Vader,” zegt Jouke. Stilzwijgend kijkt de groep toe hoe Jouke een drupje bleek in een glas water doet. “Wie wil dit glaasje water hebben? Niemand?,” vraagt Jouke. Het is stil. “Wij zijn net zo vervuild als dit glas water, door een heel klein beetje zonde. Zo wil God je niet. Maar Hij houdt te veel van je om je zo te laten. Daarom stuurde hij zijn eigen Zoon, om je te reinigen van jouw ‘bleek’.”
 
We gaan verder in groepjes. Daar spelen we eerst een spelletje. Ieder krijgt een kaartje met daarop een vraag. Wat zou jij iedere dag als uitzicht willen hebben? Of Bij welk concert zou jij vooraan willen staan?  Na een ontspannen rondje wordt er ingegaan op het praatje.
 
Aan de koffietafel in de boekenwinkel wordt gesproken over God, Jezus en zonde. Maar vooral over ‘je doel in het leven’. Het valt me op dat de groep hongerig is. Naar elkaar, naar antwoorden en misschien wel naar God.
Opeens besef ik me dat dit heel vreemd is. Een week geleden waren we complete vreemdelingen voor elkaar, en nu praten we over ons doel in het leven. Over zonde en vergeving.
 
Vanavond ben ik weer gevuld. Misschien wel verzadigt. Toch heb ik alweer ‘honger’ naar volgende week, naar de koffietafel en naar de mensen.